"PP", zoals hij liefkozend wordt genoemd = PlasticPorsche, wordt regelmatig met rode kentekenplaten gereden en daarbij gerespecteerd. Er zijn veel goede auto's in de vorm van Porsche 911 in de 2-literklasse, niet in de GTP1 of voor gebruik op de openbare weg. Neem gerust contact met mij op als u nog vragen heeft. De bouw van een dergelijke auto kost inmiddels ongeveer 300.000 euro en meer.
Het begint met een testrapport. Porsche-medewerker Rolf Wütherich vat daarin in het najaar van 1966 het doel van het project 911 R samen: "Er moet een auto worden gebouwd die qua vermogen-gewichtsverhouding superieur is aan onze huidige concurrentie." De technicus, die bekend werd als racemonteur van James Dean, voert de berekeningen nauwgezet uit: bij een leeggewicht van 800 kg en een motorvermogen van 210 pk resulteert dit in een vermogen-gewichtsverhouding van minder dan 4 kg per pk – 1,5 kg minder dan de concurrentie van toen. Met een dergelijk voertuig zou Porsche de GT-sport weer net zo kunnen domineren als de 356 met Carrera-motor een decennium eerder had gedaan. Een groot project, want de weg van de 911 naar de motorsport verliep aanvankelijk nogal aarzelend. Na de fabrieksinzet van een licht gewijzigde 911 tijdens de Rally van Monte Carlo in 1965 volgden aanvankelijk alleen particuliere deelnames aan GT-races. Met name de successen van de particuliere coureur Eberhard Mahle tijdens het Europees bergkampioenschap doen in Zuffenhausen het idee rijpen om een pure racevariant van de 911 te ontwikkelen.
In oktober 1966 werd een eerste lichtgewicht testauto van het type 911 R (R = Racing) gebouwd, die werd getest op de nieuwe skidpad in Weissach en op het circuit in Hockenheim. De gemeten rijprestaties toonden het grote potentieel van het idee aan: met een rondetijd van 2.17,5 min ligt de 911 R slechts 12 seconden boven de absolute beste tijd, die werd neergezet met een Porsche 906 Carrera 6. Voor een GT-auto is deze rondetijd een uitstekende waarde, want het type 906 was een echte Groep 4-raceauto uit het wereldkampioenschap sportwagens.
Naast het lage gewicht van de auto is het de motor van de 911 R die zorgt voor de uitstekende rijprestaties. Hij wordt aangedreven door een zescilinder boxermotor, die ook in de Porsche 906 Carrera 6 wordt gebruikt. De racemotor van het type 901/22, uitgerust met dubbele ontsteking, titanium drijfstangen en grote drievoudige carburateurs, levert 210 pk bij 8.000 tpm. Hiermee accelereert de 911 R in 5,9 seconden van 0 naar 100 km/u en legt hij de kilometer vanuit stilstand af in slechts 24,2 seconden – een seconde sneller dan een Porsche 904 Carrera GTS en maar liefst 5 seconden sneller dan een Alfa Romeo GTA.
In 1967 worden vier prototypes van de 911 R gebouwd, waarbij alle mogelijkheden van de homologatieformule voor de motorsport worden benut. Onder het motto van maximale lichtgewichtconstructie worden de motorkap, de voorste spatborden, de deuren en de bumpers vervaardigd uit glasvezelversterkte kunststof. De productie van deze GFK-onderdelen wordt verzorgd door het bedrijf Karl Baur uit Stuttgart. Bijna alle onderdelen worden op het gewicht bekeken: de voorruiten worden gemaakt van 4 mm dun glas, de overige ruiten van 2 mm dik plexiglas. Wat niet absoluut noodzakelijk is, wordt weggelaten. Purisme in zijn puurste vorm. Zo zijn in het leeggehaalde interieur twee van de vijf instrumenten, de asbak en de sigarettenaansteker en de zonneklep aan de passagierszijde weggelaten. Ook het slingermechanisme voor de zijruiten is weggelaten; deze functie wordt overgenomen door eenvoudige leren riemen. Ten opzichte van een standaard 911 S – met 1030 kg allesbehalve een zwaargewicht – bedraagt de gewichtsvermindering in totaal 230 kg.
Bij de beslissing over het aantal exemplaren van de eerste echte race-911 is Porsche echter voorzichtig. Met een berekende verkoopprijs van 45.000 DM is een 911 R bijna twee keer zo duur als een reguliere 911 S. Gezien de economische malaise die halverwege de jaren zestig inzette, ligt het voor een GT-homologatie vereiste aantal van 500 voertuigen daarmee ver buiten bereik. In mei 1967 besluit het management van Porsche daarom om slechts 19 exemplaren van het type 911 R te produceren. 15 daarvan zijn bestemd voor verkoop aan particuliere coureurs, de overige vier blijven in de fabriek voor gebruik in de motorsport.
Aangezien homologatie als reguliere Gran Tourismo nu onmogelijk is, blijft het fabrieksteam alleen nog over voor deelname aan de ietwat exotische 2 liter GT-prototypenklasse (GTP). De 911 R maakt zijn racedebuut in juli 1967 op het 'Circuito del Mugello', dat dit jaar nog meetelt voor het wereldkampioenschap. Achter twee Porsche 910's rijden de coureurs Vic Elford en Gijs van Lennep in de 911 R naar een uitstekende derde plaats in het algemeen klassement. Ze laten niet alleen de hele Alfa-vloot achter zich, maar verwijzen ook een Ford GT40 Mk III naar de vierde plaats. In 1967 nemen Hans Herrmann, Vic Elford en Jochen Neerpasch deel aan de langeafstandsrace 'Marathon de la Route'. Na 84 uur op de Nürburgring behalen ze de overwinning met hun 911 R, uitgerust met een halfautomatische Sportomatic-versnellingsbak. Gerhard Mitter behaalt in september 1967 ook een eerste plaats bij de sportwagens tot 2 liter tijdens de 'ADAC Bergpreis Schwäbische Alb'. Er volgen nog meer rallyraces. Zo wint Vic Elford in 1967 de 'Rallye Coupe des Alpes', in 1968 herhaalt de 911 R zijn podiumplaats in Mugello en in 1969 behaalt Gérard Larrousse de eerste plaats in de 'Rallye Neige et Glace'. In het najaar volgt nog een algemene overwinning van Larrousse in de 'Tour de Corse'. De eerste plaats in de 'Tour de France' van 1969, eveneens met Gérard Larrousse, wordt het belangrijkste racesucces van een 911 R.